Neem een pagina van je schriftje en krabbel alle momenten waarop je, je hopeloos voelde er in. Vertel me wat het is om je zo te voelen, om dingen te doen omdat je er in geloofde, ondanks het ontbreken van een enkele reden. Dit is wie we zijn. We zijn hier altijd goed in geweest, nietwaar? We knarsen onze kiezen en slepen onszelf door de storm. Dat moeten we geleerd hebben van onze ouders..
Hoe je iemand liefhebt ondanks de tekortkomingen en misverstanden, en dingen die je dacht te weten, maar eigenlijk nooit geweten hebt. Alle dingen waarvan je zielsveel dacht te houden. Hoe kan ik me zo voelen over je? Dat vraag ik me dus de hele tijd af.
Ik zou god willen vragen wat hem bezielde, Waar hij de palmen van jouw handen mee heeft gevuld. Ik zou hem vragen wat voor soort dingen hij voorzichtig in mijn handpalmen heeft neergelegd.. Ik voel mijn handen trillen, gevuld met nieuwe ‘gedichtjes’ die geboren worden in hen. Ik vraag me af of hij de verscholen dingen in mij kan zien, op de manier waarop dove mensen je lippen kunnen lezen. Of hoe ik slaap in de nacht, wakker lig, om herrineringen langs te lopen, elk detail herrineren van toen we nog 15 waren, we gaven elkaar alles waaruit een prille liefde bestond.
Herinneringen waar je je zakken mee zou willen vullen, omdat we toch alles zouden doen om niet met lege handen te staan. Ik heb niks in m’n zakken, het is er al doorheen gebrand.
Ik hoopte dat ik sterk genoeg gebouwd was om heelhuids uit elke storm te wandelen. Om te vertellen over je, alsof je ooit de mijne was. Je naam zeggende zodra de vlammen de wonden en leugens likten, een van de redenen waarom ik nog in bepaalde dingen geloof. En dat is een grappig recht, omdat je altijd zegt dat je niet zeker bent als je zegt van wel. Hoe kon ik dat niet zijn? ik geloof niet in toeval, dat is een uitweg. Dat is een makkelijke manier om door het goede eveneens als het slechte te leven. Laat maar. Ik geloof dit. In jou, in mij.
Ik geloof in gebouwd zijn voor iets groters dan je denkt.
- J. Musabimana












